Stompen met twee handen

De keeper heeft niet altijd de mogelijkheid om de bal te vangen. Vooral als er veel tegenstanders met hem het duel om de bal aangaan, kan het vangen zelfs onmogelijk zijn. Dan zal de keeper van een alternatieve techniek gebruik moeten maken om het gevaar te keren. Het stompen is hiervoor een hulpmiddel.

Het nadeel van stompen is, dat slechts een klein vlak van de bal geraakt kan worden. De bal blijft in het spel of kan in tweede instantie (via een corner of ingooi) weer in het bezit van de tegenstander komen.
Voordeel is, dat als de bal niet echt gevangen kan worden, het gevaar verder van het doel af wordt verplaatst. Tevens wordt het stompen toegepast als de bal glad is en de keeper geen enkel risico wil en mag nemen.

Techniek

  • In de vlucht worden het bovenlichaam en de voeten naar achteren gebracht, terwijl de heupen als het ware naar voren blijven staan. Zodoende ontstaat het effect van een gespannen boog.
  • Vrijwel gelijktijdig worden de handen naar de borst gebracht, waar ze tot vuisten worden gemaakt.
  • De handen vormen een vuist, de duim komt boven op de hand te liggen, vervolgens worden de handen met de knokkels tegen elkaar aan geplaatst.
  • Van twee handen is dan één vuistvlak gemaakt.
  • Voordat de bal contact met de vuisten maakt, klapt het lichaam als een knipmes krachtig naar voren. Vrijwel gelijktijdig worden de armen op explosieve wijze gestrekt.
  • De bal wordt geraakt, als de armen ongeveer ¾ gestrekt zijn.
  • De bal moet net onder het ‘hart’ worden geraakt.
  • Na het raken wordt de beweging volledig afgemaakt.
  • De armen worden volledig gestrekt en wijzen de bal (indien mogelijk) na en het lichaam zal (als er geen tegenstanders inkomen) nog meer naar voren samen moeten klappen.

Veel voorkomende fouten

  • Geen hoogspanning in het lichaam.
  • Vuist van twee handen wordt niet voor de borst gemaakt, maar vlak voor het moment van raken. Dat is te laat.
  • Vuist wordt niet goed gemaakt. Dus niet één vlak, maar een van de vuisten ‘steekt’ iets meer naar voren. Duimen niet op de hand, maar ín de hand of zij steken uit, waardoor kans op blessures ontstaat. Niet de knokkels tegen elkaar, maar de zijkanten van de wijsvingers.
  • Het te vroeg of te laat samenklappen van het lichaam.
  • Niet explosief samenklappen.
  • Het te vroeg of laat raken van de bal (bij ¼ of ½ of geheel strekken van de armen, in plaatst van ¾).
  • Armen niet explosief genoeg strekken.
  • Bal verkeerd raken: te hoog (bal gaat naar beneden), te laag (bal recht omhoog) of aan de zijkant of met de onderkant van de vuisten.
  • Niet doorstrekken van het lichaam of armen na het raken van de bal.
  • Richting waarin gestompt wordt is verkeerd; naar het centrum in plaats van de zijkanten.
  • Afstand niet ver genoeg.
  • Balbaan te laag, waardoor de bal tegenstanders of medespelers kan raken.
  • Onnodig stompen. Als de bal gevangen kan worden en er toch gestompt wordt.
  • Ballen onder schouderhoogte stompen.

Opmerking
Het komt wel eens voor dat de bal met de onderkant van de vuisten wordt gestompt. Eigenlijk is dit verkeerd, maar in sommige situaties kan dit zich toch voordoen als gevolg van een reflex.

Scroll naar boven